Beleid- en omgangsregels

Voor u ligt het plan die ZZ & PC De IJsselmeeuwen heeft opgesteld om ongewenst gedrag  binnen de club te voorkomen. In dit document kunt u achtereenvolgens de volgende onderdelen vinden:

Hoofdstuk 1 Hoe gaan we met elkaar
Hoofdstuk 1.1 Algemene omgangsnormen
Hoofdstuk 1.2 NOC*NSF omgangsregels voor begeleiders
Hoofdstuk 2 Preventie van onveilig gedrag
Hoofdstuk 3 Wat als het mis gaat: grensoverschrijdend gedrag / seksuele intimidatie

Hoofdstuk 1 Hoe gaan we met elkaar om
In dit hoofdstuk kun je lezen wat de wenselijke algemene omgangsnormen zijn bij de
IJsselmeeuwen. In hoofdstuk 1.1 zijn deze toegespitst op een ieder en in hoofdstuk 1.2 specifiek voor de begeleiders. Onder begeleider wordt verstaan: zowel trainers en coaches als begeleiders van de sporters. Onder sporter wordt verstaan: zowel jongens als meisjes en zowel mannen als vrouwen. Het is belangrijk dat leden op de club rekening houden met de grenzen van anderen. En dat iedereen mag aangeven waar zijn of haar persoonlijke grens ligt, zonder dat dit flauw of preuts gevonden wordt. Onze vereniging moet immers voor iedereen veilig en plezierig zijn.
Het is onmogelijk een opsomming te geven van wat wel en niet mag, juist omdat de grenzen van persoon tot persoon verschillen. Dat maakt het ook ingewikkeld. Maar over sommige dingen zijn we het wel eens. Bijvoorbeeld dat een volwassen sportleider geen seksuele relaties met minderjarige sporters mag aanknopen. Ook niet als de sporter dat zelf zou willen! Net zoals leraren op school dat niet mogen met hun leerlingen.

Als je prettig met elkaar omgaat in een gelijkwaardige relatie, kunnen grapjes of aanrakingen best gewenst zijn. Dan is er ook geen probleem. Het wordt anders als er opmerkingen worden gemaakt die net iets te ver gaan. Daarbij hoeft niet altijd sprake te zijn van boze opzet. Een grapje kan onbedoeld toch kwetsend overkomen.

Hoofdstuk 1.1
Bij de IJsselmeeuwen willen we graag het volgende nastreven:
• openstaan voor alle groepen (ongeacht religie, huidskleur of seksuele
geaardheid);
• respect tonen voor elkaar, voor de accommodatie en de materialen van de vereniging;
• met elkaar zorgen voor een plezierig en veilig sportklimaat waarin iedereen zichzelf kan
zijn;
• een goed gastheer zijn voor bezoekers;
• elkaars grenzen accepteren;
• elkaar aanspreken op ongewenst gedrag.
Op deze manier kunnen we waar maken wat in het beleidsplan wordt samengevat dat wij plezier en betrokkenheid hand in hand zien gaan met onze prestaties.

Hoofdstuk 1.2
Als begeleider van (jonge) sporters heb je een belangrijke functie. Je werkt met mensen die in sportief en persoonlijk opzicht volop in ontwikkeling zijn. Sportief gezien heb je samen hetzelfde doel: steeds beter worden. Je taak als begeleider gaat – zeker bij jonge sporters – verder dan de sportbeoefening. Je bent (mede)verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van je sporters. Je wilt dat zij hun sport kunnen beoefenen in een veilige omgeving waar ze zich op hun gemak voelen. Daarom is het van belang dat je je als begeleider bewust bent van situaties die het plezier in de sport ernstig kunnen bedreigen. Seksuele intimidatie is zo’n bedreiging. Het komt voor op alle plaatsen waar mensen samenkomen. Dus ook in de sport. Daarvoor kunnen we onze ogen niet sluiten. Hieronder gaat het over seksuele intimidatie: over de risico’s, over de gedragsregels voor begeleiders, hoe je misbruik of intimidatie kunt signaleren en welke stappen je vervolgens kunt ondernemen. Ook besteden we aandacht aan wat je kunt doen als je zelf slachtoffer bent, of als je zelf wordt beschuldigd van seksuele intimidatie.

Hierover is door deskundigen nagedacht en zijn er elf gedragsregels opgesteld. Deze elf gedragsregels van de NOC*NSF die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties en dus ook door de IJsselmeeuwen. Deze regels zijn gericht op de begeleiders van de sporters.
1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.
2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.
3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
5. De begeleider mag de sporter niet op zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
6. De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
7. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.
8. De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.
11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.


Hoofdstuk 2 Preventie van onveilig gedrag
In hoofdstuk 1 wordt aangegeven wat de IJsselmeeuwen als gewenst gedrag beschouwt.  Hieronder is te lezen wat onwenselijk gedrag is, wat de risicofactoren zijn en wat de IJsselmeeuwen als preventief beleid heeft opgesteld. Voorbeelden van onveilig gedrag:
* Een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen
* Bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens
* De sporter op een niet-functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht zijn op de geslachtskenmerken
* Met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de sporter
* Aanranding
* Exhibitioneren
* Et cetera
In de relatie met de sporter kunnen bij beiden gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen, begeleiden en dergelijke. Deze gevoelens kunnen bijvoorbeeld zijn: verliefdheid, afkeer of agressie.
Onder seksuele intimidatie verstaan we: Elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. De grenzen van wat ‘gewenst’ en ‘ongewenst’ is, verschillen per persoon. De een lacht mee met dubbelzinnige grappen, de ander voelt zich er behoorlijk ongemakkelijk door. Wat de  een ziet als een bemoedigend klopje, zal een ander opvatten als een vervelende en onnodige aanraking. Een veel minder ‘grijs gebied’ is seksueel misbruik. Daarbij gaat het om seksuele handelingen door volwassenen met kinderen onder de zestien jaar. Maar we spreken ook van misbruik als het slachtoffer – ongeacht zijn of haar leeftijd – een afhankelijke positie heeft ten opzichte van de pleger. Vaak begint misbruik met een ‘onschuldig’ voorval, een grap of een verdwaalde hand.

Wat zijn risicofactoren?
Je bent als begeleider in een positie om seksuele intimidatie bespreekbaar te maken, te signaleren en te voorkomen. Je bewust zijn van de volgende risicofactoren is daarbij de eerste en belangrijkste stap:

Afhankelijkheid.
Trainingsrelaties zijn vaak hecht, zeker als begeleider en sporter grote sportieve ambities delen en (dus) veel tijd met elkaar doorbrengen. Tegelijkertijd moet je je als begeleider realiseren dat er risico’s kleven aan dergelijke afhankelijkheidsrelaties. Aan seksueel misbruik van sporters gaat nagenoeg altijd een extreme afhankelijkheidsrelatie vooraf. Als trainer is het daarom belangrijk altijd een professionele afstand te bewaren. Als je een
individuele sporter intensief begeleidt, dan doe je er goed aan ook anderen (ouders, trainers) bij de sportbeoefening van je pupil te betrekken.

Machtsverschil
Bij seksuele intimidatie is altijd sprake van een machtsverschil tussen pleger en slachtoffer. De macht van de groep tegenover de eenling kan leiden tot pesterijen of intimidatie; een situatie waarop je als begeleider altijd alert moet zijn. Maar ook leeftijd en positie bepalen de machtsverhoudingen, zoals die tussen begeleider en sporter.

Ambitie
Sporters zijn het meest kwetsbaar als er veel op het spel staat wat betreft hun sportcarrière. Door hun tijdsinvestering en belangen in de sport voelen jonge, ambitieuze talenten zich vaak erg afhankelijk van hun begeleider of hun trainingsmaatje. De sporter zal in zo’n situatie meer moeite hebben zijn of haar grenzen duidelijk aan te geven. Als begeleider zul je die grenzen voor jezelf dus nog duidelijker moeten vaststellen.

Kwetsbaarheid
Plegers kiezen vaak een slachtoffer uit dat niet al te sterk in de schoenen staat, of weinig steun van anderen heeft. Mensen die ‘anders’ zijn, bijvoorbeeld vanwege hun afkomst, seksuele geaardheid of handicap vormen een kwetsbare groep. Ook kinderen en jongeren lopen meer risico slachtoffer te worden van seksuele intimidatie. Doordat ze meestal jonger
zijn dan de pleger kan die (onbewust) veel invloed uitoefenen. Kinderen weten bovendien meestal nog weinig over seksualiteit; ze herkennen seksueel gedrag niet snel als misbruik en weten niet hoe ze hun grenzen kunnen aangeven.

Om bovenstaande te voorkomen heeft de IJsselmeeuwen het volgende beleid:
* Er zijn gedragsregels opgesteld. Deze staan omschreven in hoofdstuk 1.
* Trainers zijn beschikbaar tot iedereen de kleedkamer heeft verlaten.
* Iedereen gelijkwaardig behandelen.
* VOG aanvragen voor kaderleden. Onder kader wordt verstaan: het bestuur, alle begeleiders, alle commissieleden. VOG betekent Verklaring Omtrent Gedrag.
* Nieuwe trainers worden wegwijs gemaakt over hoe het er aan toe gaat bij de IJsselmeeuwen.
* Trainers staan minstens met twee personen aan het bad.
* Eenmaal per jaar komt het onderwerp “veiligheid en voorkomen ongewenst gedrag” in de commissievergaderingen en bestuursvergadering.
* We vallen niet in de volgende valkuilen:
• Het slachtoffer niet te geloven.
• Het slachtoffer te ontmoedigen er werk van te maken.
• Zich vooral zorgen te maken over het schandaal dat zou kunnen ontstaan bij inschakelen van de politie.
• Te geloven dat het beter is om de zaak intern af te handelen.
• Mensen binnen de club te ontslaan of te straffen die misbruik door collega’s melden.
* Bespreekbaar maken van ongewenst gedrag.
* Bespreekbaar maken van relaties tussen zwemmers, trainers en coaches. Hoe de trainers dit doen staat in bijlage A.

Hoofdstuk 3 Wat als het mis gaat
Als je grensoverschrijdend gedrag signaleert, wat kun je dan doen?
1. De betreffende persoon op zijn gedrag aanspreken.
2. Naar de vertrouwenscontactpersoon toe gaan.
3. Zelf contact opnemen met een van de volgende instanties:
• Kindertelefoon. Kinderen kunnen bellen met De Kindertelefoon: telefoon 0800 – 0432 (gratis) of kijken op www.kindertelefoon.nl
• Volwassenen kunnen bellen met het NOC*NSF telefonisch meldpunt: 0900 – 202 55 90 (18 Eurocent per minuut). Ook beschuldigden van seksuele intimidatie kunnen via dit nummer bellen.
4. Een officiële klacht indienen bij het bestuur van de vereniging.
5. Aangifte doen bij de politie (in overleg met het slachtoffer) indien er een strafbaar feit is gepleegd.
1. De betreffende persoon op zijn gedrag aanspreken.
Is jou iets overkomen dat je niet prettig vindt, ga dan eerst naar iemand die je vertrouwt (bijvoorbeeld je vader, moeder, trainer/coach of de vertrouwenspersoon). Samen met deze persoon kun je bespreken hoe je de ander kunt aanspreken of hoe je de ander samen kunt aanspreken.
2. Naar de vertrouwenscontactpersoon toe gaan.
Bij de IJsselmeeuwen zijn twee vertrouwenscontactpersonen voor zowel slachtoffers als beschuldigden. De vertrouwenscontactpersonen zijn onafhankelijk, kennen de sportwereld en hebben een cursus gevolgd om vertrouwenswerk te doen. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor iedereen die vragen heeft met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag. Vertrouwenscontactpersonen zijn er voor iedereen: voor sporters, begeleiders en dus ook voor jou als het jezelf overkomt. Ze bieden een luisterend oor, geven advies en verwijzen door voor geschikte hulp. De vertrouwenscontactpersonen zijn op de hoogte van de mogelijkheden die er zijn om hulp te krijgen.

Bij de IJsselmeeuwen zijn dit:
• Corlies Lourens (vrouw),0655534980
vertrouwenspersoon.vrouw@ijsselmeeuwen.nl
• M. Hoogland (man) 0639400468
vertrouwenspersoon.man@ijsselmeeuwen.nl

Bij deze vertrouwenscontactpersonen kun je ook terecht met vragen en twijfels over je eigen gedrag of dat van een collega-begeleider. De vertrouwenscontactpersonen kunnen je ondersteunen bij gesprekken en procedures.
Wanneer je zelf wordt beschuldigd van seksuele intimidatie of misbruik kun je ook ondersteuning en advies krijgen van een vertrouwenscontactpersoon. Hiervoor is het gebruikelijk, dus ook bij de IJsselmeeuwen, dat er twee vertrouwenscontactpersonen zijn, zodat zowel slachtoffer als beschuldigde beide van een vertrouwenscontactpersoon gebruik kunnen maken. Er bestaat immers ook het feit dat iemand beschuldigd wordt, zonder dat de beschuldiging terecht is.
Als er sprake is van ongeoorloofd gedrag, dan kan de vertrouwenscontactpersoon contact zoeken met het bestuur. In enkele situaties is de vertrouwenscontactpersoon zelfs verplicht contact op de te nemen met het bestuur en de politie.

De vertrouwenscontactpersoon kan contact zoeken met de vertrouwenscontactpersoon van de KNZB. De KNZB is op de hoogte van alle regels en procedures. Als slachtoffer is het ook mogelijk om direct contact te zoeken met de vertrouwenscontactpersoon van de KNZB. Via
de website van de KNZB (http://www.knzb.nl/knzb/vertrouwenscontactpersoon/) of
NOC*NSF (http://www.watisjouwgrens.nl/nocnsf.nl/olympische-droom/sport-en-maatschappij/seksuele-intimidatie/vertrouwenspersonen/vertrouwenspersonen) kan direct contact gezocht worden met een vertrouwenspersoon.
3. Zelf contact opnemen met een van de volgende instanties
Bij het contact opnemen van een van de hierboven genoemde instanties wordt een luisterend oor geboden en wordt gezocht naar een oplossing. Een doorverwijzing naar een vertrouwenspersoon, speciaal aangesteld door NOC*NSF of reguliere instantie, behoort tot de mogelijkheid. Op http://www.nocnsf.nl/grensoverschrijdendgedrag/seksuele-intimidatie
staan diverse brochures met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag. Hier zijn ook folders te vinden voor jongeren, volwassenen ouders en coaches
4. Een officiële klacht indienen bij het bestuur van de vereniging.
Het is niet mogelijk om een officiële klacht in te dienen bij het bestuur. Hoe dit gaat lees je bij het NOC*NSF.
5. Aangifte doen bij de politie.
Indien het wenselijk is, kan de vertrouwenscontactpersoon je begeleiden bij het aangifte doen bij de politie.

De IJsselmeeuwen toetst de risicofactoren een maal per jaar aan de hand van een quickscan en risico analyse.

Zwembad de IJsselslag
De IJsselslag heeft zo ook haar eigen huisregels. Deze zijn terug te vinden op https://www.ijsselslag.nl/wie-zijn-wij/huisregels